Laden...

Proefexamen Vaarbewijs 1, juli 2009

VAMEX juli 2009 29 vragen Klein Vaarbewijs 1

Proefexamen voor het Vaarbewijs 1 (voorganger van het Klein Vaarbewijs 1), gepubliceerd door VAMEX in juli 2009.

1
2 punten

Volgens de wet is het verboden te varen indien men teveel alcohol heeft genuttigd. Voor wie geldt dit verbod? 1

a. De schipper en degenen die het schip stuurt
b. Alleen degene die het schip stuurt
c. Alleen de schipper
Toon antwoord

Correct antwoord

a. De schipper en degenen die het schip stuurt

2
1 punt

Welk vaarreglement is van kracht op de Waddenzee? 1

a. Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR)
b. Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (BVA)
c. Scheepvaartreglement Territoriale Zee (STZ)
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR)

3
2 punten

Dit artikel zegt dat door bijzondere omstandigheden, volgens 'goede zeemanschap', de schipper van de bepalingen van het reglement? 1

a. mag worden afgeweken in het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart
b. niet mag worden afgeweken in het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart
c. moet worden afgeweken in het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart
Toon antwoord

Correct antwoord

c. moet worden afgeweken in het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart

4
2 punten

Welke navigatielichten moet een klein zeilschip dat tevens de motor gebruikt 's nachts voeren? 1

a. toplicht, boordlichten en heklicht
b. boordlichten en heklicht verenigd in één lantaarn (driekleurenlicht) boordlichten en heklicht
c. boordlichten en heklicht verenigd in één lantaarn (driekleurenlicht) in de top van de mast en onder dit licht een toplicht.
Toon antwoord

Correct antwoord

a. toplicht, boordlichten en heklicht

5
2 punten

Wat geeft een baggerwerktuig aan dat overdag nevenstaande dagmerken voert? 1

a. Dat een voorbijvarend schip aan de zijde van de groene ruiten moet passeren
b. Dat tijdens het voorbijvaren geen hinderlijke waterbeweging mag worden veroorzaakt
c. Dat voorbij varen niet toegestaan is
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Dat een voorbijvarend schip aan de zijde van de groene ruiten moet passeren

6
2 punten

Een snel schip moet voorrang verlenen aan een ander schip. Moet dit onder alle omstandigheden? 1

a. Neen, niet ten aanzien van door spierkracht voortbewogen vaartuigen
b. Neen, niet wanneer het zijn stuurboordzijde van het vaarwater volgt
c. Ja
d. Ja behalve voor kleine schepen
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Ja

8
2 punten

BPR artikel 3.15 / 6.16 Een klein schip vaart aan stuurboordzijde van het betonde vaarwater. Van bakboord nadert een schip met een gele ruit. Er bestaat gevaar voor aanvaring. Wie heeft voorrang? 1

a. Het kleine schip
b. Beide schepen moeten naar stuurboord uitwijken
c. Het schip met de gele ruit
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Het kleine schip

9
2 punten

Mag een schip zich met de stroom laten meedrijven zonder dat het van enig middel tot voortbeweging gebruik maakt? 1

a. Neen
b. Slechts als dit zonder hinder voor de scheepvaart kan
c. Ja
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Neen

10
2 punten

Een verzoek voor het bedienen van een beweegbare brug, kan kenbaar worden gemaakt door een geluidssein. Welk sein is dit? 1

a. ____ : één lange stoot
b. ____ ____ ____ : drie lange stoten
c. ____ __ ____ : één lange, één korte, één lange stoot
Toon antwoord

Correct antwoord

c. ____ __ ____ : één lange, één korte, één lange stoot

11
2 punten

U ligt met uw schip gemeerd in een sluis. Mag u dan uw schroef gebruiken? 1

a. Nee het is verboden de schroef in werking te hebben
b. Ja het is toegestaan de schroef in werking te hebben
c. Ja het is zeker verstandig de schroef in werking te hebben
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Nee het is verboden de schroef in werking te hebben

12
2 punten

De bestuurder van een snelle motorboot die één of meer waterskiërs voortbeweegt, moet: 1

a. minimaal 15 jaar oud zijn
b. door een mede-opvarende (min. 15 jaar) als uitkijk worden bijgestaan
c. hiervoor een speciale aantekening op zijn vaarbewijs hebben
Toon antwoord

Correct antwoord

b. door een mede-opvarende (min. 15 jaar) als uitkijk worden bijgestaan

13
2 punten

Moet men in het Nederlandse RPR-gebied aan boord van een snelle motorboot een registratiebewijs hebben? 1

a. Ja, verstrekt door de Rijnvaartcommissie
b. Neen, dit is alleen van toepassing binnen het BPR-gebied
c. Ja, hetzelfde registratiebewijs als bedoeld in artikel 8.01 BPR
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Ja, hetzelfde registratiebewijs als bedoeld in artikel 8.01 BPR

14
1 punt

De richting van het kanaal volgend, moet men: 1

a. altijd stuurboordwal houden zo dicht als veilig en uitvoerbaar is
b. midden vaarwater varen en alleen bij tegemoet komend verkeer uitwijken naar stuurboord
c. uitsluitend tijdens beperkt zicht stuurboordwal houden zo dicht als veilig en uitvoerbaar is
Toon antwoord

Correct antwoord

a. altijd stuurboordwal houden zo dicht als veilig en uitvoerbaar is

15
1 punt

Welk risico kan het gevolg zijn van niet goed bevestigde accuklemmen? 1

a. Een eventueel aanwezig gasmengsel kan worden ontstoken
b. De accu kan defekt raken
c. Er kan kortsluiting ontstaan in het electrische circuit
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Een eventueel aanwezig gasmengsel kan worden ontstoken

16
1 punt

Waar dient een wierfilter voor? 1

a. Om het vuil uit de smeerolie te filteren
b. Om te voorkomen dat er vuil in het koelsysteem komt
c. Om het water in een 'gesloten' koelsysteem te filteren
d. Om het codenswater uit de dieselolie te filteren
Toon antwoord

Correct antwoord

b. Om te voorkomen dat er vuil in het koelsysteem komt

17
2 punten

Hoe kan men bij het starten van een benzinemotor het brand- en explosiegevaar zoveel mogelijk voorkomen? 1

a. Door een vonkvrije elektrische ventilator onder de motor te laten afzuigen
b. Door een ventilatietoevoer zo diep mogelijk in de machinekamer aan te brengen
c. Door een gasdetector onder de motor aan te brengen
d. Door de motorluiken open te zetten
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Door een vonkvrije elektrische ventilator onder de motor te laten afzuigen

18
2 punten

Een gasdetector is uitgerust met één of meer sensoren (aftasters). Waar dienen deze sensoren te worden geplaatst? 1

a. In het laagst gelegen gedeelte van de ruimte waarin het verbruikstoestel is geplaatst
b. Zo dicht mogelijk bij de stuurstand mits deze binnen is geplaatst
c. Zo dicht mogelijk bij een gebruikstoestel waarop wordt gekookt
Toon antwoord

Correct antwoord

a. In het laagst gelegen gedeelte van de ruimte waarin het verbruikstoestel is geplaatst

19
2 punten

Hoeveel reddingvesten wordt er geadviseerd minimaal aan boord te hebben van een klein schip? 1

a. Eén voor iedere opvarende plus een reserve
b. Eén voor iedere opvarende
c. Eén voor de stuurman en één voor degenen die aan dek werken
Toon antwoord

Correct antwoord

b. Eén voor iedere opvarende

20
2 punten

Op de linkeroever van een rivier worden walbakens aangetroffen. Welk topteken hebben deze bakens? 1

a. Een kegel met de punt naar beneden
b. Een groene bol
c. Een rode bol
d. Een kegel met de punt naar boven
Toon antwoord

Correct antwoord

d. Een kegel met de punt naar boven

21
2 punten

Wat is het karakter van een schitterlicht (Fl)? 1

a. De verduistering even lang is als het schijnsel
b. De verduistering korter is dan het schijnsel
c. Het schijnsel korter is dan de verduistering
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Het schijnsel korter is dan de verduistering

22
2 punten

PR bijlage 7 Wat betekent het hier afgebeelde verkeersteken? 1

a. Ligplaatsverbod in een strook water van 20 meter breed, gerekend vanuit het bord
b. Vaarverbod in een strook water van 20 meter breed, te rekenen vanuit het bord
c. Maximum vaarsnelheid 20 km/uur
d. Schuin aflopende wal tot 20 meter gerekend vanuit het bord
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Ligplaatsverbod in een strook water van 20 meter breed, gerekend vanuit het bord

23
2 punten

Hoeveel bedraagt de onderdoorvaarthoogte van de brug? 1

a. 7.60 meter
b. 6.70 meter
c. 8.20 meter
Toon antwoord

Correct antwoord

b. 6.70 meter

24
2 punten

Met welke term wordt windkracht 5 volgens Beaufort aangeduid? 1

a. vrij krachtige wind
b. harde wind
c. matige wind
Toon antwoord

Correct antwoord

a. vrij krachtige wind

25
2 punten

Op de weerkaart ziet u de isobaren in een bepaald gebied ver van elkaar liggen. Wat kunt u in dit gebied verwachten? 1

a. Een zwakke wind
b. Een vlagerige wind
c. Een harde wind
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Een zwakke wind

26
2 punten

Een schip voorzien van een linkse schroef ligt gestopt. Het is windstil. Het roer staat midscheeps. Wat gebeurt er als de schroef op achteruit wordt gezet? 1

a. Het achterschip trekt naar stuurboord
b. Het achterschip trekt naar bakboord
c. Het schip vaart in een rechte koers achteruit
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Het achterschip trekt naar stuurboord

27
2 punten

Bij windstilte vaart u achteruit. Uw schip heeft een linkse schroef. U geeft stuurboord roer. Naar welke kant gaat het achterschip? 1

a. Recht achteruit
b. Naar bakboord
c. Naar stuurboord
Toon antwoord

Correct antwoord

c. Naar stuurboord

28
2 punten

U vaart met uw schip een sluis binnen. U hebt de wind van achter in. Het schip heeft een linkse schroef. Welke lijn geeft u bij voorkeur als eerste uit? 1

a. Bakboord voortros
b. Bakboord achtertros
c. Stuurboord voortros
d. Stuurboord achtertros
Toon antwoord

Correct antwoord

d. Stuurboord achtertros

29
2 punten

U wilt afvaren. De stroom komt van achter in. In welke volgorde gooit u in pricipe uw landvasten los? 1

a. Voortros, achterspring, achtertros, voorspring
b. Achtertros, voortros, achterspring, voorspring
c. Achtertros, voorspring, voortros, achterspring
d. Voortros, achtertros, voorspring, achterspring
Toon antwoord

Correct antwoord

a. Voortros, achterspring, achtertros, voorspring

30
2 punten

Wat is de 'dode hoek' van een oplopend schip? 1

a. Het gedeelte van een nevenvaarwater dat vanuit de stuurhut van een in het hoofdvaarwater varend binnenschip niet kan worden overzien
b. De ruimte tussen de stuurboordzijde van het binnenschip en de wal, welke het nodig heeft voor het uitzwaaien van het achterschip wanneer het bakboord uit draait.
c. De ruimte vóór de boeg van een binnenschip, die door de schipper vanuit zijn stuurhut niet kan worden overzien
Toon antwoord

Correct antwoord

c. De ruimte vóór de boeg van een binnenschip, die door de schipper vanuit zijn stuurhut niet kan worden overzien

Bronvermelding

Bron: Proefexamen Vaarbewijs 1, juli 2009, uitgegeven door VAMEX.

Bekijk het originele document (PDF)

Schip Ahoy is niet verbonden aan VAMEX.